Verslag jubileumreis Thailand 5 - 15 maart 2009
Donderdag 5 maart
Een rustig begin van een lange reisdag! De wekker stond een keertje niet. Dat was ook niet nodig, want om half acht werd ik door mijn tien maanden jonge dochtertje gewekt. Om twaalf uur reed ik richting Schiphol, waar ik incheckte voor de Lufthansa vlucht naar Frankfurt.
Na een kort vluchtje volgde een lange wachttijd. Pas 's avonds om half negen zou de vlucht naar Bangkok vertrekken. Toen kreeg ik van Thai Airways een aangename verrassing: ik mocht in de business class plaatsnemen. We vlogen met een 747 dus ik kwam op het bovendek te zitten. Helemaal in de watten gelegd door de gastvrije Thaise bemanning. Lekker eten, drinken, mooie films (laatste James Bond) en ook nog wat geslapen. Een goed begin!
Vrijdag 6 maart
Door het tijdsverschil kwamen we lokale tijd rond 1 uur 's middags in Bangkok aan. Gelukkig was de vlucht op tijd, want we hadden maar een uur overstaptijd op de lokale vlucht naar Chiang Rai. Chiang Rai is de Noordelijkste stad van Thailand, tegen de grens met Laos en Birma, ongeveer 160 km ten noorden van het bekende Chiang Mai. Het vliegveld is klein: de enige landingsbaan wordt ook gebruikt door het vliegtuig om na de landing te kunnen taxiën.
Chiang Rai is een levendig stadje, niet echt mooi, maar wel met een relaxte sfeer. Ons hotel Wiang In staat midden in de stad en heeft een zwembad. Lekker als je zo lang onderweg bent geweest! Het is een verrassend goed comfortabel hotel.
We zijn met de hele groep gaan eten in het centrum, op een soort marktpleintje met sfeerverlichting. Lekker buiten (warm zat) en met lokale muziek en dans optredens op het culturele podium van de stad. Uiteraard lekker eten: mijn favoriete kokoskippensoep en de nodige curry's. Na het eten heb ik nog de plaatselijke avondmarkt bezocht met uiteraard veel T-shirts, zonnebrillen, souvenirs etc.
Zaterdag 7 maart
Wakker worden in Azië. Je ruikt het. Of het nu de geur van wierrook en kruiden is of die van uitlaatgassen, afval wat verbrand wordt of de smog. Je voelt het. De tropische hitte - die overigens redelijk goed uit te houden is.


We werden welkom geheten door de dorpsdirecteur, mijnheer Peerapong Wutthikamthanaporn (hopelijk heb ik zijn naam goed gespeld). Hij legde de basisprincipes van SOS-Kinderdorpen uit. In deze dorpen worden weeskinderen (of kinderen op een andere manier verlaten door hun ouders - denk aan armoede, ziekte of gevangenis) opgevangen volgens de vier basis principes:
- De SOS-moeder: Deze speciale geselecteerde vrouwen zorgen voor een 'gezin' met maximaal 10 kinderen. Dit doen ze 6 dagen in de week en het gehele jaar. De meeste zelfs de rest van hun leven. Het is dus meer dan een baan; het is een roeping.
- Broertjes en zusjes: Moeder woont met de maximaal 10 kinderen gezamenlijk in een huis, en creëert daarmee een gezinssituatie. Dit betekent dat de oudere kinderen ook betrokken worden in enkele huishoudelijke taken en de zorg voor de kleine broertjes en zusjes.
- Het gezinshuis: Hier komen de eerste twee basisprincipes samen. Een gezellige woning, bestaande uit een keuken, woonruimte, badkamer en drie tot vier slaapkamers.
- De dorpsgemeenschap: De huizen (ik heb ze niet geteld, maar schat zo'n 10 tot 12) vormen een eigen gemeenschap, inclusief lagere school, sport- en speelfaciliteiten en een gemeenschapsgebouw.

Na het officiële welkom kregen we een rondleiding door het dorp. Wat meteen opviel is de goede staat, orde en netheid. Elke financiële bijdrage blijkt een juiste investering te zijn geweest. Er is genoeg ruimte om te spelen en de SOS-moeders zorgen samen met hun kinderen voor een prettige omgeving en aankleding in en om het huis, met fleurrijke moestuintjes en vrolijke versieringen.

We hebben in kleine groepjes een huis bezocht. Daar werden wij opgevangen door een moeder met haar 10 kinderen. De gastvrijheid was hartverwarmend: we werden ontvangen met koele drankjes, water en prachtige schalen met vruchten. Het eerste contact was wat onwennig: de kinderen waren nieuwsgierig maar verlegen. Maar al gauw was het ijs gebroken. Jiska, een lerares uit onze groep, begon figuurtjes te vouwen met vouwpapier, braaf gevolgd door de kinderen. We deelden wat kleine presentjes uit. En mijn hart werd gestolen door kleine Mon. Mon is drie jaar en doet mij gelijk aan mijn eigen zoontje Kevin denken. Tot mijn verbazing blijkt kleine Mon pas een maand in het huis te leven. Hij komt uit Zuid-Thailand, zijn vader is pas overleden en zijn moeder kon niet meer voor hem zorgen. Mon was nieuwsgierig naar de vreemde bezoekers, maar zorgde duidelijk ervoor niet te ver van zijn SOS-moeder vandaan te lopen. Zij is duidelijk de nieuwe noodzakelijke houvast voor hem in zijn pas korte leventje - en die wil en kan hij niet missen. Ik graaide nog wat in mijn rugzak en vond een Sponge Bob stickervel van Kevin. Waarschijnlijk heeft Mon nog nooit van Sponge Bob gehoord, maar hij nam de stickertjes dankbaar in ontvangst.

Het hoogtepunt van het bezoek was wellicht nog het potje voetbal op het eind. De kinderen speelden op hun blote voeten, wat duidelijk hun techniek niet beperkte. Ze waren snel en handig. We wisten uiteindelijk de schade te beperken tot een 3-2 verlies en waren behoorlijk kapot aan het einde van het potje. De tropische zon had zijn tol geëist: al zwetend grepen we naar de koele drankjes. Het enthousiasme en uitbundigheid van de jonge voetballertjes laat zien dat dit ook voor hen het hoogtepunt was. En als er in elk SOS-Kinderdorp in Thailand zoveel voetbaltalent rondloopt, dan zien we Thailand in de toekomst nog wel eens terug op een WK.



Zondag 8 maart
Smog. Laten we de romantiek even vergeten: geen wierrook of kruiden. Wat je ruikt als je wakker wordt is toch echt gewoon smog. De grote boosdoener weet ik inmiddels ook. Het verkeer zal een bijdrage leveren, maar wat volgens mij het grootste probleem is, is de Thaise gewoonte om van alles in de brand te steken. Afval, complete akkers na het oogsten en stukken bos en berm om het lage onkruid te verwijderen. Onderweg zie je overal vuren.
Om 8:30 uur waren we al weer onderweg naar het Elephant Nature Park. Dit ligt een kleine 1,5 uur van Chiang Mai in een prachtig groene vallei. Het is een prototype voorbeeld van duurzaam- en ecotoerisme. In het Elephant Nature Park worden mishandelde, zieke, 'overbodig' geworden of gewonde olifanten opgevangen in een natuurlijke omgeving. De organisatie is vooral opgezet om de exploitatie van olifanten en de daarmee samengaande mishandelingen te stoppen. Zo ondergaat bijvoorbeeld elke 'werk-olifant' in Thailand een zeer pijnlijk ritueel van minimaal 3 dagen continue martelingen geketend in een kooi net zo groot als het beest zelf. Dit om zogenaamd 'de eigen wil' van het beest te breken, waarna het klaar is om opgeleid te worden voor werkzaamheden. Er waren ook misselijkmakende videobeelden van dit ritueel beschikbaar.

Ze hebben ook één baby olifant. Toen deze kwam baden, moesten alle bezoekers veilig toekijken vanuit een toren. En als snel was duidelijk waarom: het fantastische instinct van olifanten is dat niet alleen de moeder maar de hele kudde enorm beschermend is ten opzichte van de baby. Toen op een bepaald moment een andere olifant per ongeluk op het jong ging staan tijdens het baden (en deze dus een noodkreet uitsloeg) stormde er meteen 4 andere olifanten aan, waarvan twee om het jong gingen staan en de andere twee de 'dader' even een paar flinke duwen verkochten. Geweldig om dit beschermende instinct te zien.
We maakten het eet- en badritueel twee keer mee en tussendoor genoten we van een fantastische Thaise lunch. Wellicht het beste eten hadden we tot nu toe in deze eenvoudige en vooral afgelegen omgeving.
Interessant was ook een ontmoeting met Lek, de oprichtster van het park. Zij is al vanaf kinds af aan bezig met het zorgen voor en beschermen van olifanten. Een zeer inspirerende vrouw met een missie. Elke olifant heeft een eigen Mahout (=verzorger) - en de beesten luisteren uitstekend naar hen. En naar Lek, want zij is duidelijk de 'moeder' van elke olifant. Mooi is bovendien dat de meest Mahouts Birmese vluchtelingen zijn. Zo biedt het park ook nog een thuis voor hen.
We verbleven in het park in kleine eenvoudige houten en bamboe bungalows. Ik had helemaal geluk, want ik zat in een van de drie bungalows aan de rivierkant. Daar zat ik op mijn terrasje te genieten van een mooie ondergaande zon in een prachtig groene omgeving. Met tussendoor nog een verfrissende duik in het riviertje beneden. Dit is pas vakantie!
Maandag 9 maart
Het geluid van een stromende rivier. Kraaiende hanen. En trompetterende olifanten. Dat waren de eerste geluiden bij het opstaan. Om terug te komen op de vorige dag: dít is pas vakantie!
De dag begon met een wandeling door het park. We konden zo de verschillende olifanten van dichtbij meemaken en kregen ook alle verhalen mee. Zo is er een 'botsing met een truck'-geval, een landmijn slachtoffer, een slachtoffer van stropers (slagtanden verwijderd met een kettingzaag en daarbij iets uitgeschoten) en -geloof het of niet- maar je hebt zelfs een ex-drugsverslaafde. Maar het meest trieste geval is toch wel een vrouwtjesolifant die tijdens haar werk op een berg (slepen van boomstammen) een miskraam kreeg. Daarop besloot ze direct te stoppen met werken en te rouwen. Dat stelde de eigenaar niet op prijs: als straf werden haar ogen eruit gestoken. In één woord misselijkmakend.

Toen we de kudde met het babyolifantje naderden brak het babyolifantje los en stormde speels onze groep binnen. Meteen stonden de Mahouts er wel tussen om te voorkomen dat moeders en de tantes hetzelfde uit bescherming zouden doen. Een spannende maar grappige situatie. Natuurlijk deed je toch graag een paar stapjes opzij voor het baby'tje - het is toch een 500 kilo grijze massa die op je af komt om te spelen.
Helaas stonden twee mannetjes aan de ketting. Zij zijn namelijk in must (of te wel 'hitsig'). Nu probeert het park zeker niet te voorkomen dat vrouwtjes bevrucht worden. In tegendeel, de vrouwtjes kunnen vrij naar de mannetjes toe komen. Maar de mannetjes kunnen wel wat agressief zijn, vandaar de kettingen.
Het Elephant Nature Park is een mooi voorbeeld van ontspanning, plezier, educatie en dus duurzaam toerisme.
Na de wederom voortreffelijke Thaise lunch gingen we op pad naar Pai in de Mae Hong Son provincie dicht bij de Birmese grens. Het was drieënhalf uur rijden door prachtige groende bergen en valleien, helaas wederom geteisterd door de altijd aanwezige smog. In Pai zaten we in het Baan Krating Pai Resort. Mooie houten prima ingerichte bungalows tussen de rivier en de rijstvelden. Het is weer een prachtige omgeving en een prima basis voor onze trekking de bergen in om de bergvolken te bezoeken. Dit bezoek doen we samen met nog een voorbeeld van duurzaam toerisme; namelijk het CBT-I programma of Community Based Tourism Institute. Tijdens ons diner in Chiang Rai werden we al opgezocht door Peter Richards, een Engelsman die de marketing doet voor dit programma en ons tijdens het eten een toelichting gaf. CBT-I ondersteunt lokale nog niet toeristisch ontwikkelde dorpjes met het ontwikkelen van programma's voor toeristen. Hierbij moet je denken aan homestays, dus overnachtingen bij de mensen thuis en direct contact met de lokale omgeving om hun gewoonten en tradities te leren kennen. Hopelijk leidt dit tot echte en pure contacten met de lokale bevolking, die profiteert van het bezoek van de toeristen, zonder dat hun leven erdoor drastisch zal veranderen. We zullen de komende dagen bekijken wat dit in de praktijk betekent.
Dinsdag 10 maart
Helaas. De eerste indruk bij het wakker worden was nu een veel te hard staande Thaise televisie bij de buren. Het ontbijt was wel weer prima. Overigens ontbijt ik elke keer van de Thaise gerechten, want deze zijn in principe glutenvrij en brood & toast uiteraard niet.


"Ons onderkomen is eenvoudig maar de gastvrijheid is hartverwarmend" staat in de reisbeschrijving, en dat is perfect samengevat. Bij aankomst werden we over het dorp verdeeld en gingen we met onze gastmoeder naar huis. Ik werd als alleenstaande ingedeeld met onze Thaise gids. Ze wonen hier in houten huisjes op palen: onder de huisjes bevindt zich het vee. We kregen een vrij grote ruimte tot onze beschikking: maar er was niet meer dan twee matrasjes. We werden ontvangen met water, rijstcakejes en een soort zelf gemaakt snoepje met heel veel suiker. Gastvrij zijn ze zeker!

Ze legden onderweg veel uit, o.a. waar ze bamboe voor gebruiken (samengevat: voor bijna alles) en er werden kruiden aangewezen. Halverwege, op het hoogste punt met een magnifiek uitzicht, werd de lunch klaargemaakt. Jawel, er werd een buffet opgesteld door verschillende vakjes in een grote bamboestengel te vullen met meegebracht eten. Simpel, lekker en slim.


Terug in het dorp verzamelden we in het gemeenschapshuis. Dat is een houten huis met een grote lege ruimte met wat tapijtjes. We gingen vervolgen in kleine groepjes op bezoek bij mensen uit het dorp, waarbij ze muziek maakten met hun lokale instrumenten, iets over hun gebruiken en klederdracht vertelden, etc. Interessant, maar ik was toch meer bezig mensen te fotograferen. De Lahu zijn prachtige en fotogenieke mensen. En ze vinden het ook nog een eer om op te foto te mogen.

Woensdag 11 maart
Het geluid van hanen en kippen is een stuk romantischer opstageluid, dan een te hard staande televisie, maar waarom moeten die beesten hier al om half vier 's ochtends mee beginnen. En wat zijn het er veel! Ze zitten overal, onder andere onder het huis. Dus toen het concert om half vier werd ingezet - en niet meer ophield - was er geen ontkomen meer aan. Met twee kussens op mijn hoofd en weggedoken in mijn slaapzak heb ik het nog geprobeerd maar tevergeefs. Bij het ontbijt wilde ik mijn gastgezin het liefst vertellen wat voor lekkere gerechten je kunt maken met kip: BBQ kip, kip curry, geroerbakte kip, kip met ananas…
Maar goed, ik werd toch pas echt wakker met een koude douche. Hoewel douche… Een bakje water scheppen uit een ton en over je heen gieten. Brrrrr.
Na het ontbijt pakten we onze tassen in, brachten deze naar de bus en gingen toen wandelen in de prachtige omgeving. Dit keer onder begeleiding van Shan gidsen, want onze eindbestemming is Ban Mae Lana, een Shan dorp. De Shan wonen vooral in Birma en in Thailand aan de Birmese grens. De Shan zijn zonder uitzondering boeddhisten, ook al zijn er wat aparte invullingen en geloven ze bijvoorbeeld ook in geesten en vier goden. De Shan wonen in de valleien en zijn vooral actief in de landbouw.
Onze wandeling leidde uiteindelijk weer naar een aantal mooie grotten die we ook met lantaarns verkenden. De groep werd in tweeën gesplitst en mijn groep bezocht de "Coral Cave", een grote, diepe grot met formaties die aan koralen doen denken.

Tegen het einde van de middag heb ik meegedaan aan een partijtje voetbal op het voetbalveld van het dorp. Weer helemaal bezweet. Dus er zat niets anders op om voor de 3e keer vandaag dapper te zijn: koud - douche - bakjes koud water - brrrr!


Vannacht zette ik mijn geheime wapen in tegen de dierengeluiden: oordopjes!
Donderdag 12 maart
Zelfs de plaatselijke hanen konden me niet uit mijn slaap krijgen. Daar was een alarmklok voor nodig van mijn mobieltje. Snel kleedde ik mij aan, want we waren uitgenodigd om 7 uur om het ochtendgebed en het offeren van eten aan de monniken mee te maken in de tempel. Interessante ervaring.
Na het ontbijt volgde de lange en bochtige terugtocht naar Chiang Mai. Deze werd alleen in Pai onderbroken door een wederom voortreffelijke lunch. Terug in de bewoonde wereld van Chiang Mai volgde een verkoelende duik in het zwembad, in een luie ligstoel internetten onder het genot van een kokosmilkshake en een heerlijke warme douche.
's Avonds gingen we naar een Thaise dansshow inclusief wederom -het wordt bijna eentonig- geweldige Thaise gerechten.
Vrijdag 13 maart
Vrijdag was er een vrij programma. Chiang Mai is een grote, belangrijke en oude stad. Maar helaas zijn er niet veel historische gebouwen bewaard gebleven. Eigenlijk zijn alleen tempels bewaard gebleven - en indien je wilt kan je er honderden bezoeken. Ik besloot mijzelf te richten op de top 5 uit de Lonely Planet "What's not to miss". De eerste tempel bezochten we nog met 13 man uit onze groep. Wat Phra That Doi Suthep is de heiligste tempel in het noorden, gebouwd op de top van een berg net buiten Chiang Mai. Om er te komen moet je een trap van ruim 300 treden beklimmen. De tempel is mooi, prachtig gerestaureerd, maar erg druk. Een monnik heeft mij nog van alle kwade krachten gereinigd (dit gebeurt zoals in de katholieke kerk met wat wijwater). En ik kreeg ook bescherming tegen toekomstige kwade krachten door middel van een wit armbandje.

In het centrum van Chiang Mai ging ik met Sander en Elise verder om de rest van de top 5 te bezoeken door middel van een tuk-tuk; Wat Chedi Luang, Wat Chiang Ma en Wat Phra Sing. Toen had ik ook mijn portie tempels gehad. Stuk voor stuk mooie grote tempels. In Wat Chiang Ma liet ik nog 4 vogels uit een kooitje los in de natuur voor 40 Baht. Dit moet geluk brengen. Ik hoop ook voor de vogels. Ik ben een beetje bang dat ze naar een kooitje vliegen waar ze weer gevangen worden voor de volgende toerist. Ook in Wat Phra Sing volgde leuk contact met het dierenrijk: er liepen tamme eekhoorntjes rond die zelfs over je heen liepen.

Ik ben 12 jaar geleden een paar dagen in Bangkok geweest. Toen was ik al onder indruk van de grootte van de stad, maar deze is uiteraard alleen maar groter geworden. Maar ook iets meer georganiseerd. Twaalf jaar geleden was Bangkok een groot verkeersinfarct, maar investeringen in een metro, skytrain en extra hooggelegen express tolwegen lijken enig effect te hebben gehad. Wat nog niet wil zeggen dat je nergens vast komt te staan.
We verblijven in het Royal Hotel wat niet echt zijn naam eer aan doet. Het is duidelijk vergane glorie. Jammer. Wel is het dicht bij de belangrijkste attracties van Bangkok, zoals het koninklijk paleis. 's Avonds ging ik een hapje eten met de directeur van ons agentschap in Thailand. Een Brit die hier al een jaar of zeven woont. Wederom heerlijk eten en een interessant gesprek!
Zaterdag 14 maart
De groep is voor allerlei interessante excursies eropuit getrokken, maar ik ken eigenlijk de meeste bezienswaardigheden nog van 12 jaar geleden. Ik besloot daarom vanochtend om maar eens lekker uit te slapen en een uurtje aan het zwembad door te brengen. Een ontspannen einde van een enerverende reis!
Lees ook het artikel wat SOS-Kinderdorpen over de reis schreef.