pixel

Verslag jubileumreis Thailand 5 - 15 maart 2009


Donderdag 5 maart

Een rustig begin van een lange reisdag! De wekker stond een keertje niet. Dat was ook niet nodig, want om half acht werd ik door mijn tien maanden jonge dochtertje gewekt. Om twaalf uur reed ik richting Schiphol, waar ik incheckte voor de Lufthansa vlucht naar Frankfurt.

Na een kort vluchtje volgde een lange wachttijd. Pas 's avonds om half negen zou de vlucht naar Bangkok vertrekken. Toen kreeg ik van Thai Airways een aangename verrassing: ik mocht in de business class plaatsnemen. We vlogen met een 747 dus ik kwam op het bovendek te zitten. Helemaal in de watten gelegd door de gastvrije Thaise bemanning. Lekker eten, drinken, mooie films (laatste James Bond) en ook nog wat geslapen. Een goed begin!


Vrijdag 6 maart

Door het tijdsverschil kwamen we lokale tijd rond 1 uur 's middags in Bangkok aan. Gelukkig was de vlucht op tijd, want we hadden maar een uur overstaptijd op de lokale vlucht naar Chiang Rai. Chiang Rai is de Noordelijkste stad van Thailand, tegen de grens met Laos en Birma, ongeveer 160 km ten noorden van het bekende Chiang Mai. Het vliegveld is klein: de enige landingsbaan wordt ook gebruikt door het vliegtuig om na de landing te kunnen taxiën.

Chiang Rai is een levendig stadje, niet echt mooi, maar wel met een relaxte sfeer. Ons hotel Wiang In staat midden in de stad en heeft een zwembad. Lekker als je zo lang onderweg bent geweest! Het is een verrassend goed comfortabel hotel.

We zijn met de hele groep gaan eten in het centrum, op een soort marktpleintje met sfeerverlichting. Lekker buiten (warm zat) en met lokale muziek en dans optredens op het culturele podium van de stad. Uiteraard lekker eten: mijn favoriete kokoskippensoep en de nodige curry's. Na het eten heb ik nog de plaatselijke avondmarkt bezocht met uiteraard veel T-shirts, zonnebrillen, souvenirs etc.


Zaterdag 7 maart

Wakker worden in Azië. Je ruikt het. Of het nu de geur van wierrook en kruiden is of die van uitlaatgassen, afval wat verbrand wordt of de smog. Je voelt het. De tropische hitte - die overigens redelijk goed uit te houden is.

In de ochtend stond een bezoek aan het SOS kinderdorp op het programma. Maar eerst kwamen we langs een culturele verrassing. Buiten de stad was namelijk bij een tempel een van de populairste monniken overleden - hij had meer dan 55 jaar als monnik gediend. Dus lag hij met veel eerbied en respect opgebaard in de top van een groot drakenschip gemaakt uit hout en papier. Aan de kop van een schip was een draak met een enorme olifantenslurf. Je kon ter plaatse zakjes met bloemetjes kopen, laten opsnuiven door de slurf, die vervolgens de bloemetjes in de lucht (=hemel) blies om de beste man een gezegende vaart naar het hiernamaals te geven. Overigens is het de bedoeling dat bij de crematie morgen de hele installatie mee in brand gaat, een schouwspel wat blijkbaar door vele mensen bezocht gaat worden getuige de vele stoeltjes (inclusief ereterras) die klaar stonden.

Het SOS-Kinderdorp in Chiang Rai is drie jaar geleden gebouwd door vooral bijdrages van SOS-Kinderdorpen Nederland, waar ook Sawadee en zijn klanten in de afgelopen jaren een steentje hebben bijgedragen. Daarom werd bij deze jubileumreis een uitzondering gemaakt en een bezoek aan het dorp toegestaan. Normaal gesproken wordt het dorp niet opengesteld voor toeristen, want het mag uiteraard niet zo zijn dat de kinderen een toeristische attractie worden.

We werden welkom geheten door de dorpsdirecteur, mijnheer Peerapong Wutthikamthanaporn (hopelijk heb ik zijn naam goed gespeld). Hij legde de basisprincipes van SOS-Kinderdorpen uit. In deze dorpen worden weeskinderen (of kinderen op een andere manier verlaten door hun ouders - denk aan armoede, ziekte of gevangenis) opgevangen volgens de vier basis principes:
  1. De SOS-moeder: Deze speciale geselecteerde vrouwen zorgen voor een 'gezin' met maximaal 10 kinderen. Dit doen ze 6 dagen in de week en het gehele jaar. De meeste zelfs de rest van hun leven. Het is dus meer dan een baan; het is een roeping.
  2. Broertjes en zusjes: Moeder woont met de maximaal 10 kinderen gezamenlijk in een huis, en creëert daarmee een gezinssituatie. Dit betekent dat de oudere kinderen ook betrokken worden in enkele huishoudelijke taken en de zorg voor de kleine broertjes en zusjes.
  3. Het gezinshuis: Hier komen de eerste twee basisprincipes samen. Een gezellige woning, bestaande uit een keuken, woonruimte, badkamer en drie tot vier slaapkamers.
  4. De dorpsgemeenschap: De huizen (ik heb ze niet geteld, maar schat zo'n 10 tot 12) vormen een eigen gemeenschap, inclusief lagere school, sport- en speelfaciliteiten en een gemeenschapsgebouw.

De kinderen worden totdat ze zelfstandig in de maatschappij kunnen staan begeleid. Zo wordt de oudere kinderen ook geleerd om voor zichzelf te koken, te wassen en te zorgen. En indien nodig, ondersteunt SOS-Kinderdorpen de kinderen tot en met hun studie, of zoals men zei: "totdat ze dokter zijn geworden". Maar ook daarna blijft het dorp een huis waar ze welkom blijven. Zo worden de SOS-moeders uiteindelijk ook vaak SOS-oma's.

Na het officiële welkom kregen we een rondleiding door het dorp. Wat meteen opviel is de goede staat, orde en netheid. Elke financiële bijdrage blijkt een juiste investering te zijn geweest. Er is genoeg ruimte om te spelen en de SOS-moeders zorgen samen met hun kinderen voor een prettige omgeving en aankleding in en om het huis, met fleurrijke moestuintjes en vrolijke versieringen.

Laten we meteen een vooroordeel wegnemen: deze kinderen zijn niet zielig. Ze hebben weliswaar een ongelukkige start gehad in hun leven, maar hier wordt uitstekend voor ze gezorgd. Ze zien er allemaal stuk voor stuk gezond, goed aangekleed en vooral gelukkig uit.

We hebben in kleine groepjes een huis bezocht. Daar werden wij opgevangen door een moeder met haar 10 kinderen. De gastvrijheid was hartverwarmend: we werden ontvangen met koele drankjes, water en prachtige schalen met vruchten. Het eerste contact was wat onwennig: de kinderen waren nieuwsgierig maar verlegen. Maar al gauw was het ijs gebroken. Jiska, een lerares uit onze groep, begon figuurtjes te vouwen met vouwpapier, braaf gevolgd door de kinderen. We deelden wat kleine presentjes uit. En mijn hart werd gestolen door kleine Mon. Mon is drie jaar en doet mij gelijk aan mijn eigen zoontje Kevin denken. Tot mijn verbazing blijkt kleine Mon pas een maand in het huis te leven. Hij komt uit Zuid-Thailand, zijn vader is pas overleden en zijn moeder kon niet meer voor hem zorgen. Mon was nieuwsgierig naar de vreemde bezoekers, maar zorgde duidelijk ervoor niet te ver van zijn SOS-moeder vandaan te lopen. Zij is duidelijk de nieuwe noodzakelijke houvast voor hem in zijn pas korte leventje - en die wil en kan hij niet missen. Ik graaide nog wat in mijn rugzak en vond een Sponge Bob stickervel van Kevin. Waarschijnlijk heeft Mon nog nooit van Sponge Bob gehoord, maar hij nam de stickertjes dankbaar in ontvangst.

Tijdens ons bezoek bleef geen deur gesloten en zo brachten we ook een bezoek aan het schooltje. De kinderen waren braaf hun sommetjes aan het opdreunen. Onze Nederlandse lerares Jiska riep met verbazing uit: "ik wilde dat de kinderen op mijn school zo rustig waren"!

Het hoogtepunt van het bezoek was wellicht nog het potje voetbal op het eind. De kinderen speelden op hun blote voeten, wat duidelijk hun techniek niet beperkte. Ze waren snel en handig. We wisten uiteindelijk de schade te beperken tot een 3-2 verlies en waren behoorlijk kapot aan het einde van het potje. De tropische zon had zijn tol geëist: al zwetend grepen we naar de koele drankjes. Het enthousiasme en uitbundigheid van de jonge voetballertjes laat zien dat dit ook voor hen het hoogtepunt was. En als er in elk SOS-Kinderdorp in Thailand zoveel voetbaltalent rondloopt, dan zien we Thailand in de toekomst nog wel eens terug op een WK.

We namen afscheid met een traditionele groepsfoto en bedankten iedereen voor de gastvrijheid. De groep was enthousiast over het bezoek en was unaniem overtuigd dat de giften voor SOS-Kinderdorp wel besteed waren. Het is logisch dat bezoekjes in principe niet worden toegestaan, maar SOS-Kinderdorpen heeft er in Nederland dankzij dit bezoek weer 19 overtuigde ambassadeurs bij. En volgens mij hebben de kinderen er net zo van genoten.

Na de lunch in het hotel werd koers gezet richting Chiang Mai, de tweede stad van Thailand. Net buiten Chiang Rai brachten we nog een bezoek aan de Wat Rong Kun, ofwel de 'witte tempel'. Dit is een vrij nieuwe tempel (voor een gedeelte nog in aanbouw), helemaal ontworpen en uitgevoerd door een beroemd lokale artiest. In tegenstelling tot gewone kleurrijke Thaise tempels is deze helemaal wit en afgewerkt met heel veel spiegelglas, wat een prachtige indruk geeft. Ook indrukwekkend zijn gebeeldhouwde - om hulp roepende- handen (en soms voeten) die buiten de tempel uit de grond omhoog steken als symbool voor de hel. Wederom erg apart.

Aan het einde van de middag kwamen we in Chiang Mai aan. Het Chiang Gate hotel had ook weer een zwembad, dus het was heerlijk afkoelen. Onder het genot van een drankje maakte ik in mijn ligstoel nog even gebruik maken van de Wifi verbinding. Slechts 1 dag onderweg, en al zoveel gezien en meegemaakt.


Zondag 8 maart

Smog. Laten we de romantiek even vergeten: geen wierrook of kruiden. Wat je ruikt als je wakker wordt is toch echt gewoon smog. De grote boosdoener weet ik inmiddels ook. Het verkeer zal een bijdrage leveren, maar wat volgens mij het grootste probleem is, is de Thaise gewoonte om van alles in de brand te steken. Afval, complete akkers na het oogsten en stukken bos en berm om het lage onkruid te verwijderen. Onderweg zie je overal vuren.

Om 8:30 uur waren we al weer onderweg naar het Elephant Nature Park. Dit ligt een kleine 1,5 uur van Chiang Mai in een prachtig groene vallei. Het is een prototype voorbeeld van duurzaam- en ecotoerisme. In het Elephant Nature Park worden mishandelde, zieke, 'overbodig' geworden of gewonde olifanten opgevangen in een natuurlijke omgeving. De organisatie is vooral opgezet om de exploitatie van olifanten en de daarmee samengaande mishandelingen te stoppen. Zo ondergaat bijvoorbeeld elke 'werk-olifant' in Thailand een zeer pijnlijk ritueel van minimaal 3 dagen continue martelingen geketend in een kooi net zo groot als het beest zelf. Dit om zogenaamd 'de eigen wil' van het beest te breken, waarna het klaar is om opgeleid te worden voor werkzaamheden. Er waren ook misselijkmakende videobeelden van dit ritueel beschikbaar.

Maar goed, het Elephant Nature Park is dus een soort SOS-Kinderdorp, maar dan voor olifanten. Men heeft op dit moment 32 olifanten, die kunnen genieten van de vrije omgeving die het park biedt. En als je denkt dat dit alleen maar leerzaam is, dan heb je het mis. Want als bezoeker mag je als eerste meehelpen de olifanten te voeden. Daarna volgde iets wat ik helemaal spectaculair vond: je mag de olifanten gaan baden in de rivier. Dus met een borstel en emmer mag je een dergelijk grote vriend gaan schrobben. Niet alleen leuk voor jezelf, de beesten genieten er ook van. Je kunt daarna ook toekijken hoe de olifanten een modderbad nemen. Wellicht mag je hier ook zelf aan meedoen, maar niemand toonde belangstelling…

Ze hebben ook één baby olifant. Toen deze kwam baden, moesten alle bezoekers veilig toekijken vanuit een toren. En als snel was duidelijk waarom: het fantastische instinct van olifanten is dat niet alleen de moeder maar de hele kudde enorm beschermend is ten opzichte van de baby. Toen op een bepaald moment een andere olifant per ongeluk op het jong ging staan tijdens het baden (en deze dus een noodkreet uitsloeg) stormde er meteen 4 andere olifanten aan, waarvan twee om het jong gingen staan en de andere twee de 'dader' even een paar flinke duwen verkochten. Geweldig om dit beschermende instinct te zien.

We maakten het eet- en badritueel twee keer mee en tussendoor genoten we van een fantastische Thaise lunch. Wellicht het beste eten hadden we tot nu toe in deze eenvoudige en vooral afgelegen omgeving.

Interessant was ook een ontmoeting met Lek, de oprichtster van het park. Zij is al vanaf kinds af aan bezig met het zorgen voor en beschermen van olifanten. Een zeer inspirerende vrouw met een missie. Elke olifant heeft een eigen Mahout (=verzorger) - en de beesten luisteren uitstekend naar hen. En naar Lek, want zij is duidelijk de 'moeder' van elke olifant. Mooi is bovendien dat de meest Mahouts Birmese vluchtelingen zijn. Zo biedt het park ook nog een thuis voor hen.

We verbleven in het park in kleine eenvoudige houten en bamboe bungalows. Ik had helemaal geluk, want ik zat in een van de drie bungalows aan de rivierkant. Daar zat ik op mijn terrasje te genieten van een mooie ondergaande zon in een prachtig groene omgeving. Met tussendoor nog een verfrissende duik in het riviertje beneden. Dit is pas vakantie!


Maandag 9 maart

Het geluid van een stromende rivier. Kraaiende hanen. En trompetterende olifanten. Dat waren de eerste geluiden bij het opstaan. Om terug te komen op de vorige dag: dít is pas vakantie!

De dag begon met een wandeling door het park. We konden zo de verschillende olifanten van dichtbij meemaken en kregen ook alle verhalen mee. Zo is er een 'botsing met een truck'-geval, een landmijn slachtoffer, een slachtoffer van stropers (slagtanden verwijderd met een kettingzaag en daarbij iets uitgeschoten) en -geloof het of niet- maar je hebt zelfs een ex-drugsverslaafde. Maar het meest trieste geval is toch wel een vrouwtjesolifant die tijdens haar werk op een berg (slepen van boomstammen) een miskraam kreeg. Daarop besloot ze direct te stoppen met werken en te rouwen. Dat stelde de eigenaar niet op prijs: als straf werden haar ogen eruit gestoken. In één woord misselijkmakend.

Maar wat voor de kinderen in het SOS-Kinderdorp geldt, geldt hier ook: de olifanten zijn niet (meer) zielig. Ze worden voortreffelijk verzorgd. Bovendien is het mooi te zien hoe de kudde elkaar opvangt: zo kreeg de blinde vrouwtjesolifant direct een maatje die haar begeleidde, helpt en altijd bij haar staat.

Toen we de kudde met het babyolifantje naderden brak het babyolifantje los en stormde speels onze groep binnen. Meteen stonden de Mahouts er wel tussen om te voorkomen dat moeders en de tantes hetzelfde uit bescherming zouden doen. Een spannende maar grappige situatie. Natuurlijk deed je toch graag een paar stapjes opzij voor het baby'tje - het is toch een 500 kilo grijze massa die op je af komt om te spelen.

Helaas stonden twee mannetjes aan de ketting. Zij zijn namelijk in must (of te wel 'hitsig'). Nu probeert het park zeker niet te voorkomen dat vrouwtjes bevrucht worden. In tegendeel, de vrouwtjes kunnen vrij naar de mannetjes toe komen. Maar de mannetjes kunnen wel wat agressief zijn, vandaar de kettingen.

Het Elephant Nature Park is een mooi voorbeeld van ontspanning, plezier, educatie en dus duurzaam toerisme.

Na de wederom voortreffelijke Thaise lunch gingen we op pad naar Pai in de Mae Hong Son provincie dicht bij de Birmese grens. Het was drieënhalf uur rijden door prachtige groende bergen en valleien, helaas wederom geteisterd door de altijd aanwezige smog. In Pai zaten we in het Baan Krating Pai Resort. Mooie houten prima ingerichte bungalows tussen de rivier en de rijstvelden. Het is weer een prachtige omgeving en een prima basis voor onze trekking de bergen in om de bergvolken te bezoeken. Dit bezoek doen we samen met nog een voorbeeld van duurzaam toerisme; namelijk het CBT-I programma of Community Based Tourism Institute. Tijdens ons diner in Chiang Rai werden we al opgezocht door Peter Richards, een Engelsman die de marketing doet voor dit programma en ons tijdens het eten een toelichting gaf. CBT-I ondersteunt lokale nog niet toeristisch ontwikkelde dorpjes met het ontwikkelen van programma's voor toeristen. Hierbij moet je denken aan homestays, dus overnachtingen bij de mensen thuis en direct contact met de lokale omgeving om hun gewoonten en tradities te leren kennen. Hopelijk leidt dit tot echte en pure contacten met de lokale bevolking, die profiteert van het bezoek van de toeristen, zonder dat hun leven erdoor drastisch zal veranderen. We zullen de komende dagen bekijken wat dit in de praktijk betekent.


Dinsdag 10 maart

Helaas. De eerste indruk bij het wakker worden was nu een veel te hard staande Thaise televisie bij de buren. Het ontbijt was wel weer prima. Overigens ontbijt ik elke keer van de Thaise gerechten, want deze zijn in principe glutenvrij en brood & toast uiteraard niet.

Om 8 uur gingen we op weg naar het dorp Ban Jabo, op bezoek bij de Zwarte Lahu (een bergvolk dat leeft in Thailand, Birma, Laos en China). Overigen bleken we niet romantisch per voet hier heen te gaan, maar gewoon met de bus. Het dorp is primitief, maar heeft een weg en elektriciteit. Maar geen gas, geen stromend water en dus al helemaal geen warm water. De eerste associaties bij de term Zwarte Lahu zijn gevaarlijk wilde en agressieve stammen, maar niks is minder waar. De mensen zijn ontzettend vriendelijk en gastvrij.

De Zwarte Lahu zijn van oorsprong jagers. Door een tekort aan jachtgrond besloten ze om zich te settellen en vee te gaan houden en aan landbouw te doen. Lahu zijn animisten en geloven in een geestenkracht. De spiritueel leider speelt nog steeds een belangrijke rol. Overigens schijnt het dat veel Lahu bekeerd zijn tot het christendom. Maar niet in ons dorp. Wel merk je hier de invloed van het Boeddhisme: vandaag was een Boeddhistische religieuze dag en daar worden toch wat dingen van overgenomen. Zo is toevallig vandaag ook Lahus Oudennieuw feest. Maar helaas, vanwege deze Boeddhistische religieuze dag is dit verzet. Er mag vandaag niet uitgebreid gefeest en gedronken worden. Wel hoor je regelmatig vuurwerk afgaan.

"Ons onderkomen is eenvoudig maar de gastvrijheid is hartverwarmend" staat in de reisbeschrijving, en dat is perfect samengevat. Bij aankomst werden we over het dorp verdeeld en gingen we met onze gastmoeder naar huis. Ik werd als alleenstaande ingedeeld met onze Thaise gids. Ze wonen hier in houten huisjes op palen: onder de huisjes bevindt zich het vee. We kregen een vrij grote ruimte tot onze beschikking: maar er was niet meer dan twee matrasjes. We werden ontvangen met water, rijstcakejes en een soort zelf gemaakt snoepje met heel veel suiker. Gastvrij zijn ze zeker!

Na deze ontvangst gingen we met de hele groep, lokale gidsen, vertalers en de gastmoeders op pad voor een lange wandeling. De omgeving is prachtig. Groen bergen, ruige rotsen en mooie bossen. We kregen een goede indruk hoe de mensen hier wonen en werken. Ze verbouwen dus van alles op hun landbouw grond rondom het dorp. Ze gebruiken de grond drie jaar en geven hem daarna terug aan de jungle. Uiteraard wordt er ergens anders dan weer jungle gekapt voor landbouwgrond.

Ze legden onderweg veel uit, o.a. waar ze bamboe voor gebruiken (samengevat: voor bijna alles) en er werden kruiden aangewezen. Halverwege, op het hoogste punt met een magnifiek uitzicht, werd de lunch klaargemaakt. Jawel, er werd een buffet opgesteld door verschillende vakjes in een grote bamboestengel te vullen met meegebracht eten. Simpel, lekker en slim.

Na de lunch werd de daling ingezet, totdat we bij de rotspartij kwamen van de coffin cave, of te wel grafkistgrot. Om deze te bereiken moesten we een simpele en soms wankele trap 60 meter omhoog. Daar werden we verrast door een grote mooie grot met daarin een soort grote houten kano's opgesteld op palen, die dienst deden als grafkist. Volgens de gidsen 2000-2500 jaar oud, wat mij sterk lijkt voor hout in een tropisch klimaat (hoewel het wel hardhout was en het er erg oud uit zag). Wel bijzonder.

Net voor we het dorp ingingen hadden we ook nog een mooie spirituele ervaring: de lokalen verzochten ons met klem om onze handige bamboewandelstokken in het bos achter te laten, want op een religieuze feestdag als vandaag zouden we de geesten niet plezieren wanneer we iets uit de bossen naar het dorp zouden meenemen.

Terug in het dorp verzamelden we in het gemeenschapshuis. Dat is een houten huis met een grote lege ruimte met wat tapijtjes. We gingen vervolgen in kleine groepjes op bezoek bij mensen uit het dorp, waarbij ze muziek maakten met hun lokale instrumenten, iets over hun gebruiken en klederdracht vertelden, etc. Interessant, maar ik was toch meer bezig mensen te fotograferen. De Lahu zijn prachtige en fotogenieke mensen. En ze vinden het ook nog een eer om op te foto te mogen.

Eten deden we bij onze gastgezinnen. Ik had het geluk om met onze Thaise gids in hetzelfde huis te zitten, want daardoor kon ik makkelijk communiceren met het gastgezin. We hadden een fles Thaise rijstwhisky meegebracht voor de gastheer die gelijk open ging. Het eerste glas was voor de geest van het huis: er werd even gebeden en het glas werd tegen een van de houten palen leeggegoten. Maar de volgende glazen werden wel uitgedeeld. Het eten was eenvoudig maar lekker. De mannen zaten op de grond aan het enige meubilair: een zittafeltje. De vrouwen zaten in het kookgedeelte rondom het vuur. Toen de spirituele leider ook op bezoek kwam moest er snel een tweede fles whisky worden gehaald. Het werd al snel erg gezellig… 's Avonds kwamen we weer bijeenin het gemeenschaphuis. Daar konden we vragen stellen over de Lahu. Leuker was dat zij daarna ook vragen aan ons konden stelden - en dat ook driftig deden. Er ontstond een hele leuke interactie tussen de twee groepen. Wat dat betreft is het CBT programma volledig geslaagd: wij ondersteunen de lokale bevolking een beetje met ons bezoek, zonder dat deze erg veranderen. Toeristen worden dan ook niet als een wandelende geldbuidel gezien, maar als interessante gasten waarmee je een goed gesprek kunt aangaan.


Woensdag 11 maart

Het geluid van hanen en kippen is een stuk romantischer opstageluid, dan een te hard staande televisie, maar waarom moeten die beesten hier al om half vier 's ochtends mee beginnen. En wat zijn het er veel! Ze zitten overal, onder andere onder het huis. Dus toen het concert om half vier werd ingezet - en niet meer ophield - was er geen ontkomen meer aan. Met twee kussens op mijn hoofd en weggedoken in mijn slaapzak heb ik het nog geprobeerd maar tevergeefs. Bij het ontbijt wilde ik mijn gastgezin het liefst vertellen wat voor lekkere gerechten je kunt maken met kip: BBQ kip, kip curry, geroerbakte kip, kip met ananas…

Maar goed, ik werd toch pas echt wakker met een koude douche. Hoewel douche… Een bakje water scheppen uit een ton en over je heen gieten. Brrrrr. Na het ontbijt pakten we onze tassen in, brachten deze naar de bus en gingen toen wandelen in de prachtige omgeving. Dit keer onder begeleiding van Shan gidsen, want onze eindbestemming is Ban Mae Lana, een Shan dorp. De Shan wonen vooral in Birma en in Thailand aan de Birmese grens. De Shan zijn zonder uitzondering boeddhisten, ook al zijn er wat aparte invullingen en geloven ze bijvoorbeeld ook in geesten en vier goden. De Shan wonen in de valleien en zijn vooral actief in de landbouw.

Onze wandeling leidde uiteindelijk weer naar een aantal mooie grotten die we ook met lantaarns verkenden. De groep werd in tweeën gesplitst en mijn groep bezocht de "Coral Cave", een grote, diepe grot met formaties die aan koralen doen denken.

Uiteindelijk kwamen we tegen het middaguur aan in het dorp en werden we opgevangen in de boeddhistische tempel. Hier kregen we ook onze lunch. Het dorp is groter en ook beter ontwikkeld dan ons vorige (Lahu) dorp. Er zijn auto's en zelfs een paar stenen huizen. De lokale tempel is ook relatief groot en mooi. De mensen lopen hier ook niet meer in lokale kledingdracht. Mijn gastgezin van deze avond heeft een iets mooier houten huis dan bij de Lahu, echter de wc is nog steeds min of meer een gat in een hokje in de tuin. En er is ook nog geen warm of stromend water. Een warme douche zou wel lekker zijn! Ik besloot echter voor de 2e keer dapper te zijn deze dag en wederom een koude douche te nemen - bakjes koud water over je heen kiepen. Is toch wel lekker om het zweet en stof van de wandeling af te spoelen.

Tegen het einde van de middag heb ik meegedaan aan een partijtje voetbal op het voetbalveld van het dorp. Weer helemaal bezweet. Dus er zat niets anders op om voor de 3e keer vandaag dapper te zijn: koud - douche - bakjes koud water - brrrr!

Gegeten werd weer bij het gastgezin. Na het eten kregen we van het dorp een dans- en muziekshow aangeboden voor de tempel. Zelfs de kinderen hadden dansjes geleerd en zagen er bovendien schitterend uit in hun pakjes. Na de show gingen we naar het enige barretje van de stad. Daar zaten ook een aantal militairen whisky te drinken. Ik kreeg spontaan een glas aangeboden en moest aan tafel komen zitten. Dus hebben we geprobeerd te communiceren in slecht Engels en met handen en voeten. Ze kwamen uit heel Thailand en vertelden over hun stad, vrouw en kinderen. Erg gezellig hoor.

Minder leuk was dat aan het einde van de middag het bos op een van de bergen rondom het dorp in de brand vloog. Dit zette 's avonds behoorlijk door en leverde een spectaculair maar soms angstaanjagend schouwspel op. Er stond gelukkig geen wind en de dorpsbewoners maakten zich geen enkele zorgen. Gelukkig was er tussen de berg en het dorp nog een klein riviertje, dus ik probeerde toch rustig te slapen. Ondanks het geluid van knetterend hout en de rook.

Vannacht zette ik mijn geheime wapen in tegen de dierengeluiden: oordopjes!


Donderdag 12 maart

Zelfs de plaatselijke hanen konden me niet uit mijn slaap krijgen. Daar was een alarmklok voor nodig van mijn mobieltje. Snel kleedde ik mij aan, want we waren uitgenodigd om 7 uur om het ochtendgebed en het offeren van eten aan de monniken mee te maken in de tempel. Interessante ervaring.

Na het ontbijt volgde de lange en bochtige terugtocht naar Chiang Mai. Deze werd alleen in Pai onderbroken door een wederom voortreffelijke lunch. Terug in de bewoonde wereld van Chiang Mai volgde een verkoelende duik in het zwembad, in een luie ligstoel internetten onder het genot van een kokosmilkshake en een heerlijke warme douche.

's Avonds gingen we naar een Thaise dansshow inclusief wederom -het wordt bijna eentonig- geweldige Thaise gerechten.


Vrijdag 13 maart

Vrijdag was er een vrij programma. Chiang Mai is een grote, belangrijke en oude stad. Maar helaas zijn er niet veel historische gebouwen bewaard gebleven. Eigenlijk zijn alleen tempels bewaard gebleven - en indien je wilt kan je er honderden bezoeken. Ik besloot mijzelf te richten op de top 5 uit de Lonely Planet "What's not to miss". De eerste tempel bezochten we nog met 13 man uit onze groep. Wat Phra That Doi Suthep is de heiligste tempel in het noorden, gebouwd op de top van een berg net buiten Chiang Mai. Om er te komen moet je een trap van ruim 300 treden beklimmen. De tempel is mooi, prachtig gerestaureerd, maar erg druk. Een monnik heeft mij nog van alle kwade krachten gereinigd (dit gebeurt zoals in de katholieke kerk met wat wijwater). En ik kreeg ook bescherming tegen toekomstige kwade krachten door middel van een wit armbandje.

Vervolgens gingen we met 5 man door naar de volgende tempel. Wat U Mong is een hele oude tempel in een bos net buiten Chiang Mai centrum. De tempel is nauwelijks gerestaureerd, daardoor mist hij wat kleur, maar is hij nog wel zeer oorspronkelijk. Hij bestaat uit een pagode op een heuveltje - met donkere kleine tunnels en grotten in het heuveltje. En dat in een prachtig groene en rustige omgeving - zonder toeristen. Het werd mijn favoriet.

In het centrum van Chiang Mai ging ik met Sander en Elise verder om de rest van de top 5 te bezoeken door middel van een tuk-tuk; Wat Chedi Luang, Wat Chiang Ma en Wat Phra Sing. Toen had ik ook mijn portie tempels gehad. Stuk voor stuk mooie grote tempels. In Wat Chiang Ma liet ik nog 4 vogels uit een kooitje los in de natuur voor 40 Baht. Dit moet geluk brengen. Ik hoop ook voor de vogels. Ik ben een beetje bang dat ze naar een kooitje vliegen waar ze weer gevangen worden voor de volgende toerist. Ook in Wat Phra Sing volgde leuk contact met het dierenrijk: er liepen tamme eekhoorntjes rond die zelfs over je heen liepen.

Om 3 uur verzamelden we in het hotel om naar het vliegveld te rijden voor de vlucht naar Bangkok. Een vlucht van slechts een uurtje.

Ik ben 12 jaar geleden een paar dagen in Bangkok geweest. Toen was ik al onder indruk van de grootte van de stad, maar deze is uiteraard alleen maar groter geworden. Maar ook iets meer georganiseerd. Twaalf jaar geleden was Bangkok een groot verkeersinfarct, maar investeringen in een metro, skytrain en extra hooggelegen express tolwegen lijken enig effect te hebben gehad. Wat nog niet wil zeggen dat je nergens vast komt te staan.

We verblijven in het Royal Hotel wat niet echt zijn naam eer aan doet. Het is duidelijk vergane glorie. Jammer. Wel is het dicht bij de belangrijkste attracties van Bangkok, zoals het koninklijk paleis. 's Avonds ging ik een hapje eten met de directeur van ons agentschap in Thailand. Een Brit die hier al een jaar of zeven woont. Wederom heerlijk eten en een interessant gesprek!


Zaterdag 14 maart

De groep is voor allerlei interessante excursies eropuit getrokken, maar ik ken eigenlijk de meeste bezienswaardigheden nog van 12 jaar geleden. Ik besloot daarom vanochtend om maar eens lekker uit te slapen en een uurtje aan het zwembad door te brengen. Een ontspannen einde van een enerverende reis!

Lees ook het artikel wat SOS-Kinderdorpen over de reis schreef.