< Terug naar overzicht
In quarantaine op Vuurland

In quarantaine op Vuurland

Reisbegeleidster & fotografe Nicoliene van Leeuwen werkt al jaren in Patagonië en woonde er tot voor kort. Zij heeft haar hart verloren aan een huskykennel in Ushuaia. Deze uitzonderlijke locatie is haar thuishaven gedurende de Argentijnse quarantaine. 

Het einde van de wereld, finisterre, daar waar men vroeger dacht dat de wereld ophield. In die tijden was dat gegeven toch enigszins verontrustend. Ushuaia werd in 1884 juist daar gesticht om het gebied te claimen voor Argentinië. Aan het begin van de twintigste eeuw werd er een gevangenis neergezet, el Presidio. Een afschrikwekkende gedachte, gevangen zitten op een eiland aan het einde van de wereld, grotendeels onbewoond, met een vrijwel altijd koude Antarctische stroming. Voor de grootste boeven werd het werkelijkheid. De gevangenis is inmiddels een museum, de trein die de gevangenen vervoerde om tewerkgesteld te worden een toeristentrekpleister, de stad is tegen de flanken van de Andes uitgegroeid tot zo’n 100.000 inwoners en de koude stroming blijft koud, maar ook hier zijn de winters niet meer zo extreem als rond 1940.

Dezer dagen hebben we te maken met een andere extremiteit, het Corona-virus. Toen ik hier begin februari aan kwam, had ik er nog nooit van gehoord, nu lijkt het de wereld te domineren. Zo’n 70 jaar na sluiting van el Presidio herleeft ineens dat gevoel van gevangen zijn aan het einde van de wereld; Anno 2020 noemen we het quarantaine.

Het oorspronkelijke plan was om twee maanden in Ushuaia te verblijven, de plek waar ik tot anderhalf jaar geleden woonde. Mijn hond, een Alaskaanse husky, is er geboren en getogen. Zijn habitat is een kennel in een prachtige vallei, waar hij leeft met 129 andere sledehonden. Ik strandde er, bij hem. Geluk bij een ongeluk. De kennel is gelegen aan de voet van Cerro Castor, het lokale skigebied op zo’n 25 km van de stad Ushuaia. De snelweg die er langs gaat, de ruta 3, verbindt Ushuaia met het ruim 3.000 kilometer verderop gelegen Buenos Aires. Met de quarantaine - verplicht thuisblijven en hooguit twee keer per week naar buiten voor een noodzakelijke boodschap - werd ook het recht op circuleren beperkt. Overdag komen er nog een paar auto’s langs en wat vrachtwagens, die provisie brengen vanuit het noorden. Maar ‘s avonds is het stil. En in die stilte en het volledige donker, geniet ik van het magische niets. 


Half mei, nog steeds in de hondenkennel. Ik zie al ruim 8 weken niemand meer dan de paar mensen die hier werken. Geen vrienden. geen supermarkt, geen stad. Stroom komt van een generator die overdag een paar uur staat te brommen. Die brengt de luxe van tv (die mij gestolen kan worden), maar ook van het opladen van batterijen, verlichting en een hete douche aan het eind van de werkdag. Er is geen wifi, maar met mijn oude iPhone en 3G lukt het net om toch een beetje verbonden te blijven met het thuisfront en de wereld. Het nieuws volg ik bij flarden, social media heel beperkt en toegestuurde video’s haperen om de haverklap dus ook daar doe ik weinig mee. Wel zo rustgevend.  




In ruil voor al deze social distancing heb ik de vrije natuur. Voor de outdoor-liefhebber is het een wild, maar waar paradijs. Voor mij voelt het nog steeds als thuis. Hier kan ik in alle vrijheid bewegen. Nou ja, formeel ook niet natuurlijk, maar ik ben ver genoeg verwijderd van de geciviliseerde wereld om op te vallen. Ik kom simpelweg geen hond tegen. Of eigenlijk alleen maar. Samen met Picante en met andere honden kan ik in de nabije omtrek van de kennel kilometerslang ongezien wandelen. De honden, Siberiaanse en Alaskaanse huskies en een paar Samoyeden, hebben veel activiteit nodig. Ik wandel door het dal, steek de rivier over en loop het bos in. De honden rennen, snuffelen, spelen, verkennen. Ze hebben geen weet van een virus, geen zorgen over de toekomst. Zij zijn alleen maar blij, dankbaar voor dit uitje.  



Als de avond valt en iedereen naar huis is, kijk ik uit over de vallei. Ik gooi nog een stuk hout op het vuur en schenk mezelf een mok hete chocolademelk in. Terwijl het donker wordt, luister ik naar de stilte. Geen verkeer, geen generator, alleen een zacht knetterend vuur. Dan zet een van de honden buiten, links van de cabaña, het gezang in. Het is Fresa, een sopraan. Luna, vlak voor me, zet de tweede stem in. Het geluid zwelt op als steeds meer honden zich bij het koor voegen, elk met hun eigen sound. Soms klagend, soms een blaf, de ene luid aanwezig, de andere een serene bijdrage. Pampero, samen met zijn broertje Everest met zijn 10 maanden de jongste telg van de kennel, eist zijn minute of fame op met zijn door merg en been gaande tergende gejank. We zijn niet allemaal als nachtegaaltje geboren. Langzaam tekenen de silhouetten van de bergen die de vallei omringen zich af tegen de zacht oranje lucht. Magisch. Het gehuil eindigt even abrupt als het begon. En opnieuw is het stil. Terwijl ik nog een slok neem, bedenk ik me dat geïsoleerd zijn op een eiland aan het einde van de wereld bij nader inzien nog niet zo’n gek idee is.


  • Nieuwsgierig naar het vervolg van dit blog? Lees hier deel 2. 
  • Wil je een live impressie van Nicoliens verblijf? Bekijk dan hier haar video.
  • Voor meer foto’s uit de kennel, zie @nicoliene_la_nomada (Instagram)

Laat een reactie achter